Afrika heeft kapitaal en ondernemers nodig

in the category Press review Socfin in Ivory Coast ( SoGB )

Een frisse februariochtend. Een schare vertegenwoordigers van Belgische ngo’s voert actie voor de hoofdzetel van Socfin in Brussel. Met de hark in de hand protesteren ze tegen het expansiebeleid van de plantagegroep. Dat zou ten koste gaan van lokale gemeenschappen en de familiale, kleinschalige landbouw. Socfin wordt zelfs landroof aangewreven. ‘Er zijn verschillende klachten waar Socfin niet op antwoordt’, zegt Thierry Kesteloot, landbouwspecialist van Oxfam. Greenpeace maakt zich zorgen over ontbossing. ‘In vergelijking met andere plantagebedrijven loopt Socfin ach ter’, zegt Sébastien Snoeck.

De actie haalt nauwelijks de media. De naam Socfin - voluit Société Financière des Caoutchoucs - doet bij de meesten dan ook geen belletje rinkelen. Nochtans is het een grote jongen in de plantagewereld. De Luxemburgse holding is actief in acht Afrikaanse en twee Aziatische landen en baat er bijna 200.000 hectare plantagesuit. De focus ligt op rubber en palm olie.

De wortels van de groep gaan terug tot het koloniale tijdperk, maar in de loop van de geschiedenis onderging Socfin een resem mutaties. Vandaag telt de groep twee hoofdaandeelhouders: de Belgische zakenman Hubert Fabri, die net als Socfin weinig in de openbaarheid treedt, en zijn bekende Franse collega Vincent Bolloré, de sterke man achter de mediagroep Vivendi en Canal+. Socfin noteert op de Luxemburgse beurs. Daar weten vooral Vlaamse beleggers het bedrijf naar waarde te schatten.

Enkele maanden later doorkruisen we in een terreinwagen Société des caoutchoucs de Grand-Béréby (SoGB), een rubber en palmolieplantage in het zuidwesten van Ivoorkust. Algemeen directeur Luc Boedt wil dat we met eigen ogen zien wat Socfin in Afrika doet. SoGB was oorspronkelijk een rubberplantage van de Ivoriaanse overheid met de Franse bandenproducent Michelin als industriële partner. Door toedoen van Boedt, doctor in de landbouwwetenschappen, kwam SoGB mid den jaren 1990 bij Socfin terecht.

Palmolie

Eind vorige eeuw diversifieerde SoGB naar palmolie. Op de concessie waren verschillende zones niet geschikt voor de teelt van rubberbomen omdat ze te nat of zelfs moerassig waren. Oliepalmen kunnen wel een maand in het water staan. Van de 35.000 hectare grote concessie is een kleine helft met rubberbomen beplant en een kwart met oliepalmen. De resterende oppervlakte wordt ingenomen door dienstgebouwen, dorpen en een rubber en een palmoliefabriek.

Als we buiten de concessie rijden, valt het ons op dat nergens meer oerwoud te bespeuren valt. ‘Dertig jaar geleden was dit allemaal bos’, vertelt Boedt. ‘Maar ze hebben alles gekapt. Voor het tropisch hout.’ Nu zie je langs de wegen hier en daar overwoekerde palmbomen, een perceeltje slecht verzorgde rubberbomen, en vooral struiken en gras. Het resultaat van ondoelmatige, kleinschalige landbouw. ‘Lokale boeren hebben geen opleiding, geraken moeilijk aan meststoffen en halen ontzettend lage rendementen. De bodems die ze bewerken, zijn na enkele jaren uitgeput en dan trekken ze de resterende bossen in om nog wat vruchtbare grond te vinden. Dat is de belangrijkste oorzaak van ontbossing.’

Moderne plantagebedrijven als Socfin gaan anders te werk. Socfin koopt plantages op en moderniseert die zodat ze duurzaam en rendabel uitgebaat worden. Waardevolle natuur probeert de onderneming te behouden. Zo is 1.600 hectare van de SoGB-concessie in Ivoorkust beschermd natuurgebied.

Socfins palmolieplantages in Azië zijn RSPO-gecertifieerd. De Roundtable on Sustainable Palm Oil is een internationale organisatie van spelers uit de palmoliesector die normen voor een duurzame teelt heeft opgesteld. Voor de Afrikaanse plantages kan zo’n RSPO-certificatie nog niet, omdat er met uitzondering van Ghana nog geen omzetting is in nationale wetgeving. Socfin is daar wel volop mee bezig. Voor Greenpeace gaat RSPO echter niet ver genoeg. ‘Het is een goede eerste stap, niets meer’, zegt Snoeck.

Er is nog een reden waarom industriële landbouw volgens Boedt onmisbaar is: de voedselvoorziening. De bevolking groeit razendsnel. In 1998 waren er 15 miljoen Ivorianen, vandaag meer dan 25 miljoen. De traditioneleland bouw die ngo’s als Oxfam verdedigen, volstaat net om de eigen dorpsgemeenschap te voeden, maar de opbrengsten zijn onvoldoende om de grote agglomeraties van voedsel te voorzien.

Dat lukt alleen met grootschalige, industriële landbouw, meent Boedt. Hij wijst erop dat plantages een voorbeeldfunctie hebben voor de lokale boeren: ze helpen hen om hun eigen plantages te optimaliseren, verlenen microkredieten en nemen ook hun productie af. SoGB koopt de rubberproductie van 18.000 kleine boeen op.

Kritiek

Alles samen vinden 24.000 mensen werk op en rond SoGB. Als we daar de bijbehorende families en gezinnen bij rekenen, leven wellicht 60.000 mensen van de plantage. Wie op de plantage werkt, krijgt een huis in een van de 18 dorpen, opgetrokken in steen, met buitenkeuken, douche en latrine. Niet perfect, geeft Boedt toe, maar wel veel beter dan de woningen in hout en gedroogde aarde die je buiten de concessie ziet. SoGB levert ook drinkwater en elektriciteit, en heeft in elk van de tien dorpen op de concessie een lagere school gebouwd. Op eigen kosten heeft de plantage voorts een hele medische infrastructuur opgezet: ieder dorp beschikt over een dispensarium waar de bevolking eenvoudige medische zorgen krijgt. Als het ernstiger is, kunnen de zieken naar het ziekenhuis, het enige in de ruime omgeving.

SoGB blijkt veel te betekenen voor de lokale economie en bevolking. Toch krijgt het geregeld de wind van voren van ngo’s. ‘Dat heeft te maken met een campagne die in Frankrijk wordt gevoerd tegen Vincent Bolloré’, meent Boedt. ‘Hij plant een herstructurering van Canal+ en dat leidt tot ongenoegen. De Belgische ngo’s lopen daarin gewoon mee. Het is gemakkelijk grote theorieën te verkondigen, maar de mensen moeten het eerst materieel beter hebben. Net daarom heeft Afrika kapitaal en ondernemers nodig.’

Lees hoe het eraan toe gaat op een tropische plantage op www.tijd.be/socfin

Read the original article

  • Find us on: